Barneveld | Koolhovenstraat 11, 3772 MT |

Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Bron: SRA - Publicatiedatum: 17-11-2016

Werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon, hebben vanaf 2017 onder bepaalde voorwaarden recht op een tegemoetkoming van de overheid in de loonkosten.

De tegemoetkoming bestaat uit een bedrag per verloond uur met een vast bedrag per jaar en vloeit voort uit de eind 2015 aangenomen Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl). Naast dit lage-inkomensvoordeel (LIV) bevat deze wet vanaf 2018 loonkostenvoordelen (LKV) voor werkgevers die oudere uitkeringsgerechtigden en arbeidsbeperkten in dienst nemen.

Voorwaarden lage-inkomensvoordeel (LIV)

Om vanaf 2017 in aanmerking te komen voor het LIV moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

  • het gemiddelde uurloon van uw werknemer bedraagt minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon (WML) voor een 23-jarige,
  • uw werknemer heeft minimaal 1248 verloonde uren in het kalenderjaar,
  • uw werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

Tip: U kunt ook in aanmerking komen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor een werknemer die jonger is dan 23 jaar. Het gemiddelde uurloon van deze werknemer moet dan echter wel minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon voor een 23-jarige of ouder bedragen.

Het gemiddelde uurloon berekent u aan de hand van de formule totaal jaarloon gedeeld door totaal aantal verloonde uren. Voor de vaststelling van het totale jaarloon telt alles mee. Bijzondere toeslagen voor bijvoorbeeld overwerk zullen dus van invloed zijn op het gemiddelde uurloon en kunnen er mogelijk voor zorgen dat er geen recht bestaat op het LIV.

Voor de vaststelling van het totaal aantal verloonde uren tellen uren waarin een werknemer niet gewerkt heeft maar wel doorbetaald is vanwege ziekte, gewoon mee. Het gaat immers om de verloonde uren en niet om de gewerkte uren.

Let op! Een werknemer die in de loop van het jaar bij u dienst komt, voldoet mogelijk niet aan de minimaal vereiste 1248 uren. Voor deze werknemer bestaat dan in het jaar van indiensttreding geen recht op het lage-inkomensvoordeel. Voldoet diezelfde werknemer het volgende jaar wel aan de minimaal vereiste 1248 uren, dan bestaat in dat jaar wel recht op het lage-inkomensvoordeel (mits uiteraard voldaan is aan de overige voorwaarden).

Hoogte LIV

Het LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur. Er geldt een maximaal bedrag per jaar volgens de volgende tabel.

Hoogte loon 

Gemiddelde uurloon 100% tot 110% van het WML (€ 9,50 tot en met € 10,45) 

Gemiddelde uurloon 110% tot 125% van het WML (meer dan € 10,45 tot en met € 11,87) 

 Vast bedrag per verloond uur

 € 1,01 per uur

 € 0,51 per uur

 Maximale hoogte LIV

 € 2.000 per jaar

 € 1.000 per jaar

Tip: Het uurloon is in de WML afhankelijk van een fulltime werkweek in een onderneming. Voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt uitgegaan van het uurloon bij een fulltime werkweek van 40 uur. Betaalt u het minimumloon, maar geldt binnen uw bedrijf een 36-urige werkweek, houd er dan rekening mee dat het uurloon voor het LIV dan al boven de 110% WML zit. In plaats van een vast bedrag van € 1,01 per uur heeft u dan maar recht op € 0,51 per uur.

Te gelde maken lage-inkomensvoordeel 2017
Houd er rekening mee dat u het LIV over 2017 pas in de tweede helft van 2018 van de Belastingdienst zult ontvangen. Voor het te gelde maken van het LIV hoeft u zelf geen actie te ondernemen. U hoeft dus geen apart verzoek te doen in bijvoorbeeld uw loonaangifte. Voor 15 maart 2018 ontvangt u van het UWV een overzicht van werknemers die voldoen aan de voorwaarden voor het LIV. Het UWV baseert zich hierbij op de gegevens uit de loonaangiften zoals die uiterlijk op 1 februari 2018 zijn ingediend.

 

Let op! De in de loonaangiften aanwezige gegevens vormen de basis voor de vaststelling van het recht op het LIV. Zorg daarom dat deze gegevens voor 1 februari 2018 juist en volledig zijn opgenomen in de loonaangiften.

 

Kloppen de gegevens in het overzicht van het UWV niet? Dan kunt u nog tot en met 1 mei 2018 aanvullingen of correctieberichten indienen bij de Belastingdienst. Alle na die datum ontvangen aanvullingen of correctieberichten worden niet meer meegenomen voor de vaststelling van het LIV. Bovendien kunt u vanaf 1 mei 2018 vanwege onjuiste gegevens in uw loonaangifte (bijvoorbeeld het aantal verloonde uren) een boete van € 1.319 opgelegd krijgen.

 

De Belastingdienst stelt na 1 mei 2018, maar vóór 1 augustus 2018 de hoogte van het LIV 2017 vast in een beschikking. Binnen 6 weken na dagtekening van deze beschikking wordt het LIV aan u uitbetaald.

 

Ga terug